Vaarwel aan Hallum

"Helaas! ik zit van aakligheid te beven,
Nu 'k u verlaten moet, o Hallums dreven!
Ach! zeker zal ik nu niet lang meer leven,
Zoo ver van Grootmo, Oom, van Tante, Nichts en Neven!
o Neen! 'k voel mijn jonge hart aan 't lagchend Hallum kleven!
Maar toch, een oogenblik de tranen afgewreven,
En deze Zwanenzang vooraf ter ner geschreven".

 

Terug naar het overzicht