O Neem mij mee!

Aan Mejuffrouw M.C. HaverScmidt

 

O Neem mij me, als gij gaat uit logeeren
Naar Frieslands hoofdstad, Utrecht, of naar Dordt.
Ik weet dat gij, door dames en door heeren
Daar graag en gauw weer heengenoodigd wordt.
Ze vinden U zoo'n prettige loge;
Ik vindt het ook: Daarom, o neem mij me!

Wie weet, wellicht ondanks uw broer's studeeren,
Breekt eens de dag, de blijde weder aan,
Dat gij met de uwen, net als voorge keeren,
De koffers pakt om saam op reis te gaan.
Vergeet dan niet, Margot, mijn vuurge be,
En reis niet af, of neem mij stellig me.

Misschien, och ja, ook dit kon u gebeuren,
Dat de een of ander knappe jongeling
Op u verliefde, en om zich op te fleuren
Als echtgenoot met U den boer opging.
Al wou hij dan ook met U over zee,
In vredesnaam, maar neem ook mij dan mee!

 

Terug naar het overzicht