IMMORTELLE XXV
 
Hoor ik op Sempre een waldhoorn,
Of ook wel een Turkse trom,
Dan moet ik zo bitter wenen;
En -- ik weet zelf niet waarom.

Vraagt een der werkende lieden:
'Hoe kan een Turkse trom
Of een waldhoorn u zo roeren?'--
Dan weet ik zelf niet waarom

Is 't wijl in beetre dagen
Een vriend de Turkse trom
Niet onverdienstlijk bespeelde? --
Ach, ik weet zelf niet waarom.
 
Opmerking:

Sempre is de afkorting van Sempre Crescendo,
het muziekgezelscap der Leidsche studenten.
Uit de aantekeningen die HaverSchmidt in het oorspronkelijke handschrift opnam, wordt duidelijk
dat het de dichter zelf was die de waldhoorn besoeelde en dat zijn vriend W. van der Kaay, een
latere Minister van Justitie, de man was achter de Turkse trom. Met die instrumenten voerde
het tweetal, in een koets gezeten, op 4 juni 1856 de optocht aan van het Groot-Gambrinusfeest.
 
Terug naar het overzicht